Ik ben een taalnerd type ‘taal is zeg maar echt mijn ding’. Nogal alert op taalveranderingen zoals het uitdijende spatie- – -gebruik dat we uit het Engels overnemen. Die gevoeligheid voor geschreven en gesproken taal raak ik nooit meer kwijt. Ik ben familiair en vanuit mijn oude beroep als logopedist belast.

Zo valt het me de laatste tijd op dat de plaats van de klemtoon in veel woorden aan het verschuiven is. Bijvoorbeeld in ‘favoriet’. Volgens het woordenboek en mijn taalgevoel ligt de nadruk van dat woord op de laatste lettergreep. Ik hoor echter steeds vaker de klemtoon op de eerste lettergreep: fávoriet. Natuurlijk kan je zeggen dat dit niet erg is zolang je elkaar maar begrijpt. Maar ik denk dat die klemtoonverplaatsing een symptoom is van verdunning van woordbetekenis. Net zoals de toevoeging van de superlatief ‘meest’ dat is. Want het woord favoriet heeft in zichzelf al de betekenis van ‘meest geliefd’. Wat doet zo’n verschuiving of toevoeging met de inhoud van zo’n woord? Dat brengt mij op de functie en betekenis van een ander woord dat overigens zelf vaak als toevoeging wordt gebruikt: ‘super’.

Super heeft vele betekenissen, waaronder bijzonder, uitmuntend, excellent, fantastisch, in hoge mate, van zeer goede kwaliteit. In medisch jargon kennen we dit uit het Latijn afkomstige woord als de plaatsbepaling hoger of boven. Súperinteressant vind ikzelf de combinatie van super en ‘visie’. Visie komt ook uit het Latijn en betekent: zien, inzage, kijk, beschouwing, mening. De combinatie ‘supervisie’ heeft verschillende betekenissen en dat is interessant, maar ook irritant. Ik moet nogal eens uitleggen wat ik bedoel.

Interessant maar ook irritant: het woord supervisie heeft verschillende betekenissen

Pieter le RütteBegeleidingskundige

Als zorgverlener ken je het begrip supervisie als toezicht op en begeleiding bij het verlenen van zorg. De supervisor is specialist of opleider of allebei en draagt dan de ‘eindverantwoordelijkheid’ voor de zorgverlening aan de patiënt. Maar als gesuperviseerde heb je ook je eigen verantwoordelijkheid. En dat roept vragen op. Wie is waarín voldoende deskundig? Wie is waarvóór verantwoordelijk? Hoeveel afstemming is er nodig en op welk moment? Bij taakherschikking, bijvoorbeeld tussen specialisten ouderengeneeskunde en verpleegkundig specialisten of physician assistants, spelen die vragen ook. En daarbij kun je je afvragen wanneer het gesprek over zorginhoud verschuift naar een gesprek over semantiek. Als we het bij taakherschikking over supervisie hebben, gaat het dan over toezicht of begeleiding of coaching of consultatie of over alle vier? En heet het eigenlijk nog wel supervisie?

Een andere betekenis van supervisie is het methodisch leren door reflectie op eigen werkervaringen. De supervisor is in dit geval meestal een hiervoor speciaal opgeleide en geregistreerde begeleider. In dit soort supervisie onderzoek je onder begeleiding en zelfstandig vergaand je eigen beroepsmatig handelen. Als casus dienen situaties die je als lastig ervaart. Ingewikkelde interacties met patiënten, families, collega’s, schurende regels binnen je organisatie, grenzen aan je competenties, morele dilemma’s die je ervaart. Je verdiept je inzicht, verkent denk- en gedragspatronen en probeert alternatieven uit. In deze vorm van supervisie wordt naast het beroepsmatig perspectief ook je persoonlijke perspectief en dat van je werkomgeving onder de loep genomen. De normen en waarden in die verschillende domeinen kunnen elkaar soms aardig in de weg zitten. Best belangrijk om je daar bewust van te zijn als je op zoek gaat naar wat voor jou en je omgeving ‘goed werken’ is. Hoewel ik, zelf supervisor, de methodiek krachtig en waardevol vind, heb ik wat moeite met de naamgeving.

Supervisie: één woord dat staat voor minimaal twee begrippen die in zichzelf ook geen volledig eenduidige betekenis hebben. Zou het helpen als één van deze begrippen, of zelfs beide, een andere naam zouden krijgen? Of verschuiven we daarmee het probleem?

Wie heeft er een superidee?

Column door: P.E. le Rütte (Pieter), begeleidingskundige/adviseur bij ZBVO en beleidsadviseur bij de beroepsvereniging van specialisten ouderengeneeskunde Verenso. Pieter helpt vakgroepen in de ouderenzorg/ouderengeneeskunde een passende werkwijze te realiseren door ze te prikkelen en te bevragen zodat de professionals hun werk beter en met meer plezier kunnen doen.

Wil je op de hoogte gehouden worden als er een nieuwe column uit komt? Schrijf je dan in voor de ZBVO nieuwsbrief!